ECLI:NL:RBMNE:2022:948
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buiten behandeling stelling verzoek om omgevingsvergunning wegens ontbreken toestemming mandelige muur
Eiser diende een verzoek in voor een omgevingsvergunning voor werkzaamheden aan een mandelige keldermuur tussen zijn woning en die van de buurman. Het college stelde het verzoek buiten behandeling omdat eiser geen toestemming had van de mede-eigenaar van de muur, waardoor het bouwplan niet verwezenlijkt kon worden en eiser geen belanghebbende was.
Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het college verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank oordeelde dat het college terecht aannam dat het bouwplan niet kon worden verwezenlijkt omdat de buurman expliciet toestemming had geweigerd en het college geen middelen had om deze toestemming af te dwingen.
Hoewel eiser een civiele procedure was gestart om vervangende toestemming te verkrijgen, was de uitkomst daarvan onzeker. Rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dat de haalbaarheid van het bouwplan ten tijde van de beoordeling doorslaggevend is. De rechtbank volgde eiser niet in zijn interpretatie van rechtspraak over gedeelde beschikkingsmacht bij mandelige muren.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek geen aanvraag was in de zin van de Awb en dat eiser geen belanghebbende was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college had het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt zonder toestemming van mede-eigenaar.