Eiseres trad op 1 juni 2021 in dienst bij gedaagde voor één jaar als business development manager. Na positieve, doch met verbeterpunten beoordeelde POP-gesprekken bood gedaagde op 12 mei 2022 schriftelijk verlenging van de arbeidsovereenkomst voor één jaar aan. Tijdens een gesprek op 18 mei 2022 werd dit aanbod besproken, waarbij eiseres mondeling instemde volgens haar, maar gedaagde betwist dit.
Gedaagde maakte het aanbod op 18 mei ongeldig via DocuSign, maar informeerde eiseres pas op 23 mei over de intrekking en stelde haar op non-actief, nadat zij op 19 mei haar zwangerschap had gemeld. De kantonrechter vermoedt dat de intrekking verband houdt met de zwangerschap en oordeelt dat gedaagde onzorgvuldig handelde en in strijd met goed werkgeverschap.
Eiseres had het aanbod aanvaard door onder meer te vragen om een nieuwe DocuSign-link en door voorbereidingen te treffen in haar agenda. De arbeidsovereenkomst is derhalve verlengd vanaf 1 juni 2022. Gedaagde wordt veroordeeld tot nakoming, betaling van loon met wettelijke verhoging en rente, en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het subsidiaire verzoek tot schadevergoeding wegens discriminatie wordt afgewezen.