Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
spoedeisend belang
747,--
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad in september 2020 in dienst en meldde zich in januari 2022 ziek. Werkgever schortte het loon op in februari 2022 wegens vermeende niet-naleving van verzuimvoorschriften. Na bezoek aan de bedrijfsarts werd de loonopschorting opgeheven. In oktober 2022 legde werkgever opnieuw een loonstop op vanwege vermeende onvoldoende medewerking aan re-integratie, waaronder het niet verschijnen bij een bedrijfsartsafspraak en het niet ondertekenen van een plan van aanpak.
De werknemer betwistte het niet verschijnen op de afspraak wegens medische redenen en stelde dat hij de uitnodiging voor een nieuwe afspraak niet had ontvangen. De kantonrechter oordeelde dat de loonopschorting niet op voldoende grondslag berustte omdat niet aannemelijk was dat de werknemer de uitnodiging had ontvangen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de loonstop terecht was wegens niet meewerken aan het plan van aanpak, mede omdat het plan pas laat werd toegezonden en uiteindelijk ondertekend werd geretourneerd.
De kantonrechter concludeerde dat de loonopschorting en loonstop onterecht waren opgelegd en veroordeelde de werkgever om binnen drie werkdagen het loon over oktober, november en december 2022 met vakantiebijslag, de wettelijke verhoging tot 20% en wettelijke rente te betalen. Daarnaast werden de proceskosten aan de zijde van de werknemer toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De loonopschorting en loonstop zijn onterecht opgelegd; werkgever moet binnen drie werkdagen het achterstallige loon, wettelijke verhoging en rente betalen.