ECLI:NL:RBMNE:2023:1806
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardes en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Eiseres betwistte de WOZ-waardes van twee kantoorruimtes vastgesteld voor het belastingjaar 2020, waarbij de waardes waren gebaseerd op huurwaardekapitalisatie. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes niet te hoog zijn vastgesteld, mede door gebruik van gerealiseerde huurcijfers van referentieobjecten en eigen huurgegevens van eiseres.
Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder betwisting van de gehanteerde kapitalisatiefactoren, huurprijzen en een mogelijke correctie vanwege de coronapandemie. Deze gronden werden verworpen omdat de waardepeildatum vóór de pandemie lag en de gehanteerde methodiek adequaat werd onderbouwd.
Daarnaast verzocht eiseres om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure. De rechtbank constateerde een overschrijding van bijna elf maanden en kende een beperkte vergoeding toe van € 100,-, verdeeld over de heffingsambtenaar en de Staat.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om vergoeding van griffierecht afgewezen en ook het verzoek om proceskostenvergoeding voor rechtsbijstand werd niet toegewezen vanwege het geringe aantal verrichte werkzaamheden.
De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 6 april 2023 en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardes wordt ongegrond verklaard en een beperkte immateriële schadevergoeding van € 100,- wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.