Verzoekster was sinds september 2022 in dienst bij verweerder op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zeven maanden. Op 21 februari 2023 werd zij op staande voet ontslagen wegens het zelf opstellen van een factuur voor reparatiewerkzaamheden aan haar auto, waarbij zij een lager bedrag factureerde dan de werkelijke kosten, wat verweerder als fraude kwalificeerde.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven en dat er een dringende reden bestond vanwege het ernstig verwijtbare handelen van verzoekster. Echter, bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het ontslag moet ook rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.
Verzoekster had kort voor het ontslag haar koopwoning verkocht en een nieuwe woning gekocht, waarvoor zij een werkgeversverklaring had gekregen. Door het ontslag op staande voet werd de hypotheekaanvraag afgewezen en moest zij met haar vier minderjarige kinderen in een stacaravan verblijven. Verweerder was op de hoogte van deze situatie, maar hield hier geen rekening mee bij het ontslag.
De kantonrechter stelt dat deze persoonlijke omstandigheden het ontslag op staande voet onrechtvaardig maken en vernietigt het ontslag. Het dienstverband eindigde uiteindelijk op 12 april 2023, conform de oorspronkelijke contractduur. Verzoekster krijgt loon over deze periode met wettelijke verhoging en rente toegewezen, maar geen recht op werkhervatting. Tevens worden de proceskosten aan verzoekster toegewezen.