Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
drs. [eiser 1] en [eiser 2] uit [woonplaats] (eisers)
[derde-partij 1]en
[derde-partij 2]uit [woonplaats] (vergunninghouders).
Inleiding
het primaire besluit) voor tien bomen verleend, voor negen bomen afgewezen en één boom als vergunningvrij beoordeeld. Eisers wonen op het naastgelegen perceel aan de [adres 2] , zijn het niet eens met de kap van de tien bomen, en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning.
het bestreden besluit) in stand gelaten voor negen bomen (waaronder boom 3 en boom 108), en voor één boom (boom 121) alsnog geweigerd.
Overwegingen
De Bomenverordening Utrechtse Heuvelrug 2013 is zo’n gemeentelijke verordening. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de bomenverordening is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand [3] te (doen) vellen. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de bomenverordening kan het college de omgevingsvergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. In het tweede lid is bepaald dat de omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van de natuurwaarden, milieuwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden, waarden van stads- en dorpsschoon, en/of waarden voor recreatie en leefbaarheid. Wat er onder deze waarden moet worden verstaan is nader uitgelegd in de toelichting op de bomenverordening.
- de verzoeken aan het college om een deel van het perceel de functieaanduiding ‘Bos’ te geven;
- verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van onder meer de principeaanvraag van 12 mei 2020 voor het realiseren van vier woningen op het perceel;
- het volgens eisers te intensief snoeien door vergunninghouders van bomen waarvoor de gevraagde omgevingsvergunning is geweigerd, en het verzoek om handhaving daartegen;
- het kappen van de bomen door vergunninghouders in het broedseizoen;
in bijzondere matevertegenwoordigt, en er
voldoende ruimteis om een nieuwe boom terug te plaatsen en tot volle wasdom te laten komen. Het college is bij het opleggen van de herplantplicht eveneens afgegaan op de adviezen van de bomendeskundigen. Uit de adviezen volgt dat het opengevallen kronendak met de herplant van één beuk (in plaats van boom 109 en 110) en drie inheemse boomsoorten (in plaats van boom 95, 108 en 130) op de door de bomendeskundigen aangewezen locaties, voldoende wordt gedicht. Voor boom 3, 4, 10 en 83 is geen herplantplicht opgelegd. Van deze vier bomen vertegenwoordigt alleen boom 83 een waarde in bijzondere mate: de boom heeft een bovengemiddelde natuurwaarde. Uit de adviezen blijkt echter dat het effect op het kronendak met het wegvallen van deze boom klein is en de bomen in de directe nabijheid juist meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Omdat de beuk en de drie inheemse bomen het kronendak volgens de bomendeskundigen al herstellen is er dan ook geen herplantplicht voor boom 83 opgelegd. De rechtbank kan dit volgen. De stelling van eisers dat de herplant onvoldoende verstrekkend is, legt tegenover het oordeel van de bomendeskundigen onvoldoende gewicht in de schaal. Dat geldt temeer voor de nietonderbouwde stelling van eisers dat de beuk op tenminste vijf meter afstand van de grens met hun perceel moet komen staan. De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college het door eisers betaalde griffierecht van € 184,-- aan eisers vergoedt.