ECLI:NL:RVS:2023:1819
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor kap van drie bomen in Oosterbeek
Het college van burgemeester en wethouders van Renkum verleende een omgevingsvergunning aan een perceeleigenaar voor het kappen van drie Amerikaanse eiken ten behoeve van de bouw van een woning, met een herplantplicht. Appellante, wonend naast het perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde zij onder meer dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden, dat zij wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling ondanks dat de bomen al waren gekapt, dat het college onvoldoende had onderbouwd waarom de kap noodzakelijk was, dat de Wet natuurbescherming niet was betrokken en dat de herplantplicht niet conform het beleidsbesluit was opgelegd.
De Afdeling oordeelde dat het verweerschrift tijdig aan appellante was toegezonden, dat het belang van appellante bij inhoudelijke beoordeling wel aanwezig is omdat vernietiging van de vergunning herstel kan rechtvaardigen, en dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat de kap noodzakelijk was voor bouwrijp maken van het perceel. De Afdeling stelde vast dat de Wet natuurbescherming niet aan de orde was bij deze vergunning en dat het college terecht niet had aangesloten bij het ingetrokken "Besluit herplant". Het hoger beroep werd gegrond verklaard wegens belang, maar de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Daarnaast werd het verzoek om aanvullende vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn afgewezen.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de omgevingsvergunning terecht is verleend en wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding af.