Eiser is sinds 31 oktober 2016 ziek vanwege burn-outklachten en betwist de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 76,34% door het UWV. Hij voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest en dat niet al zijn klachten zijn meegenomen. Tevens maakt hij procedurele bezwaren over het ontbreken van een hoorzitting en de volledigheid van het dossier.
De rechtbank oordeelt dat het UWV voldoende gelegenheid heeft geboden voor een hoorzitting en dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, inclusief een fysiek spreekuurcontact in de bezwaarfase. De verzekeringsarts heeft alle relevante medische informatie betrokken en de beperkingen adequaat gemotiveerd. De arbeidsdeskundige heeft de functies passend bij de beperkingen zorgvuldig vastgesteld.
De rechtbank wijst ook de procedurele bezwaren af, omdat het verweerschrift tijdig is ingediend en aan eiser is toegezonden, en het dossier voldoende compleet is. De uitlooptermijn is volgens vaste jurisprudentie correct toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid blijft staan en eiser het griffierecht niet terugkrijgt.