ECLI:NL:RBMNE:2023:3328
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen inhoudingen op Wajong-uitkering wegens beslag en eigen bijdrage Wlz
Eiser ontvangt sinds 2012 een Wajong-uitkering en verblijft sinds 2022 in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), waarvoor hij een eigen bijdrage moet betalen. Het Uwv houdt op verzoek van Syncasso en het CAK bedragen in op zijn uitkering. Eiser maakt bezwaar tegen deze inhoudingen en betaalspecificaties.
De rechtbank oordeelt dat betaalspecificaties herhalingen zijn van eerdere besluiten en geen zelfstandige besluiten vormen. Het beroep tegen deze specificaties wordt gegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. De inhouding van de eigen bijdrage door het Uwv is wettelijk toegestaan en het Uwv hoeft de beslagvrije voet niet te toetsen; dit is de taak van de deurwaarder en civiele rechter.
Eiser stelt dat de inhoudingen zijn te laag om in zijn basisbehoeften te voorzien, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk gezien zijn verblijf in een instelling en inkomen uit arbeid. Het beroep tegen de inhouding van de eigen bijdrage wordt ongegrond verklaard. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de betaalspecificaties en ongegrond voor de inhouding van de eigen bijdrage; het Uwv moet proceskosten en griffierecht vergoeden.