ECLI:NL:RBMNE:2023:3551
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informatiebeschikking in bezwaar tegen WOZ-waarde en proceskostenveroordeling
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft een informatiebeschikking genomen omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens over de onroerende zaak had verstrekt. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar later werd ingetrokken en inhoudelijk ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar bevoegd was om in de bezwaarfase een informatiebeschikking te nemen op grond van artikel 52a AWR en dat dit niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Wel vernietigt de rechtbank de informatiebeschikking voor zover deze betrekking heeft op de WOZ-beschikkingen van 2022 en 2023, omdat daarover geen vragen zijn gesteld.
De rechtbank geeft eiser een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie voor 2021 te verstrekken. Tevens veroordeelt zij de heffingsambtenaar tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtbank wijst het beroep toe en vernietigt de uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de informatiebeschikking voor 2021 blijft staan met een termijn voor aanvullende informatie, de informatiebeschikking voor 2022 en 2023 wordt vernietigd, en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.