ECLI:NL:RBMNE:2023:3552
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informatiebeschikking en schending algemene beginselen bestuursrecht bij WOZ-waarde bezwaar
Eiseres maakte bezwaar tegen een informatiebeschikking van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde van haar onroerende zaak voor het kalenderjaar 2021. De heffingsambtenaar had op grond van artikel 47 AWR Pro informatie verzocht en bij uitblijven daarvan een informatiebeschikking genomen. Eiseres stelde dat de heffingsambtenaar daarmee de algemene beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat de heffingsambtenaar bevoegd was in de bezwaarfase inlichtingen te vragen en een informatiebeschikking te nemen, aangezien deze gegevens van belang zijn voor de heroverweging van de WOZ-waarde. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld en dat de informatiebeschikking voor het jaar 2021 terecht is vastgesteld.
Voor de WOZ-beschikkingen van 2022 en 2023 werd de informatiebeschikking vernietigd omdat de heffingsambtenaar geen vragen had gesteld over deze jaren. De rechtbank gaf eiseres een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.266,- en het griffierecht van €49,-. De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 14 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de informatiebeschikking voor 2022 en 2023, bevestigt deze voor 2021 en veroordeelt de heffingsambtenaar in proceskosten en griffierecht.