ECLI:NL:RBMNE:2023:451
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfsobject en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van haar bedrijfsobject, gelegen in een winkelcentrum, en vorderde verlaging van €1.283.000 naar €949.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde, gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode met marktconforme huur- en verkoopcijfers van vergelijkbare objecten.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Argumenten van eiseres over omzetgerelateerde huurprijzen, ongeschikte referentieobjecten en de invloed van de coronacrisis werden verworpen. Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gehonoreerd, waarbij de termijn met ruim tien maanden was overschreden.
De rechtbank kende een immateriële schadevergoeding toe van €100, verdeeld over €67 door de heffingsambtenaar en €33 door de Staat. Verzoeken tot vergoeding van proceskosten werden afgewezen omdat het beroep ongegrond was en de kosten voor de schadevergoedingverzoeken als minimaal werden beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een beperkte schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegekend.