ECLI:NL:RBMNE:2023:4546
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en boete wegens schending inlichtingenplicht bij hoofdverblijfkwestie
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet maar werd betrapt op het niet melden van een wijziging in haar hoofdverblijf. Verweerder stelde vast dat zij niet op het uitkeringsadres woonde, onder meer door meldingen bij de woningbouwvereniging, een huisbezoek en extreem laag waterverbruik. Hierdoor werd het recht op bijstand ingetrokken, werd een bedrag van €28.628,09 teruggevorderd en een boete van €944,40 opgelegd.
Eiseres voerde aan wel op het uitkeringsadres te wonen en gaf medische redenen voor het lage waterverbruik. Zij stelde dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar woonsituatie bij de partner. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres niet op het uitkeringsadres woonde en dat het lage waterverbruik de veronderstelling rechtvaardigde.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over dwang bij het huisbezoek en privacy-schending. Ook vond de rechtbank dat verweerder het inkomen van de partner mocht betrekken bij de boetebepaling. Eiseres slaagde er niet in dringende redenen aan te tonen om af te zien van terugvordering of boete. Het beroep werd ongegrond verklaard, met afwijzing van verzoeken tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; intrekking bijstand, terugvordering en boete blijven in stand.