Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.UTR 22/5674
2.UTR 22/5331
kennelijkongegrond verklaard, nu het college op basis van het door eiser ingediende bezwaarschrift heeft mogen aannemen dat er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk was dat de bezwaren niet tot een andersluidend besluit zouden leiden. Gelet op bovenstaand oordeel, behoeven de andere beroepsgronden van eiser geen verdere bespreking.