Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de vrijwillige verschijning van FNV
- de mondelinge behandeling van 7 september 2023, waarvan aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van FNV met producties 1 t/m 3.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert een ambachtelijke bakkerij met zeventien winkels, lid van de NBOV, het verbod op een door FNV aangekondigde staking en de rectificatie van een persbericht. De staking is aangekondigd vanwege vastgelopen cao-onderhandelingen over een loonsverhoging van 16%.
De rechtbank beoordeelt of de staking onder het recht op collectieve actie valt zoals beschermd door artikel 6 lid 4 van Pro het Europees Sociaal Handvest (ESH). Gezien eerdere acties die tot overeenstemming leidden en de motivatie van FNV acht de rechtbank de staking voldoende aannemelijk om bij te dragen aan het collectief onderhandelingsrecht. Er zijn geen dringende maatschappelijke redenen om het stakingsrecht te beperken.
De gevorderde rectificatie wordt afgewezen omdat het persbericht weliswaar onvolledig en onzorgvuldig is, maar niet onrechtmatig. De onjuistheden zijn niet opzettelijk en betreffen een citaat van een vakbondsbestuurder. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het bericht binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting valt.
De proceskosten worden aan de eisende partij opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van het collectief onderhandelingsrecht en de terughoudendheid bij het beperken van het stakingsrecht.
Uitkomst: De staking is rechtmatig en de vorderingen tot stakingverbod en rectificatie worden afgewezen.