ECLI:NL:RBMNE:2023:5205
Rechtbank Midden-Nederland
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand per 1 januari 2020, vastgesteld op € 735.000,-. De rechtbank beoordeelt de waarde op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode met toepassing van de ITZA-methode en acht de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor voldoende onderbouwd. Eiseres voerde onder meer aan dat een coronacorrectie toegepast had moeten worden, maar de rechtbank oordeelt dat op de waardepeildatum nog geen sprake was van een coronacrisis en dat deze correctie daarom niet aan de orde is.
Verder wijst de rechtbank de stelling af dat de eigen omzetgerelateerde huurprijs als uitgangspunt had moeten dienen, omdat deze niet marktconform is. Ook de aangevoerde onduidelijkheid over de term 'sluimerend' en de grondstaffels leidt niet tot een andere waardering. De gebruikte referentieobjecten en de gehanteerde kapitalisatiefactor worden als voldoende aannemelijk beoordeeld.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer acht maanden in de bezwaar- en beroepsprocedure en kent op grond daarvan een forfaitaire immateriële schadevergoeding van € 100,- toe, waarvan € 57,- voor rekening van de heffingsambtenaar komt en € 43,- voor rekening van de Staat. Het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met een beperkte schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.