ECLI:NL:RBMNE:2023:6389

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
23/3005
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PwArt. 31 PwArt. 34 Pw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Eiser diende op 27 december 2022 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten, woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen. Verweerder wees deze aanvraag af met een primair besluit van 9 januari 2023 en handhaafde dit in het bezwaarbesluit van 22 mei 2023. De rechtbank behandelde het beroep op 20 oktober 2023.

De rechtbank oordeelde dat verhuis- en inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen incidentele algemene kosten van het bestaan zijn, waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand wordt verleend tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Eiser stelde dat hij vanwege zijn geestelijke gesteldheid niet in staat was te reserveren en dat de afwijzing hem een nieuw begin ontneemt.

De rechtbank vond echter dat eiser deze bijzondere omstandigheden onvoldoende had onderbouwd. Bovendien stond eiser onder bewind, waardoor het argument van niet kunnen reserveren faalde. Ook het betoog dat de weigering van bijstand een nieuw begin verhindert, leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag afwees en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3005

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. P. Salim),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder

(gemachtigde: E. Chahid).

Inleiding

1. Eiser heeft op 27 december 2022 een aanvraag ingediend bij verweerder voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten, woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen. In de aanvraag, ingevuld door de bewindvoerder van eiser, staat dat eiser per 1 december 2022 weet van de verhuizing en per 5 december 2022 de sleutel heeft ontvangen van zijn nieuwe woning. In verband met schulden was het volgens eiser niet mogelijk eerder voor deze kosten te sparen.
2. Verweerder heeft deze aanvraag voor bijzondere bijstand met het primaire besluit van 9 januari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 22 mei 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
3. De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht de aanvraag voor bijzondere bijstand heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Bijzondere omstandigheden
6. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat verhuis- en inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen incidentele algemene kosten van het bestaan zijn. Hiervoor wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Volgens verweerder is daar in het geval van eiser geen sprake van.
7. Eiser is van mening dat wel sprake is van bijzondere omstandigheden, omdat hij geestelijk niet in staat was om in de periode voorafgaand aan de aanvraag te reserveren voor dergelijke kosten. Ook is eiser van mening dat door de afwijzing van de aanvraag hem de mogelijkheid wordt ontnomen om opnieuw, met een schone lei, te beginnen.
8. Artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (Pw) bepaalt dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, van de Pw niet van toepassing zijn.
9. Volgens vaste rechtspraak zijn verhuis- en inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen incidentele algemene kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau dienen te worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. [1]
10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft beslist dat van bijzondere omstandigheden in dit geval geen sprake is. Eiser heeft de bijzondere omstandigheden niet onderbouwd. Verder heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser ten tijde hier van belang onder bewind stond, zodat het betoog dat eiser wegens zijn geestelijke gesteldheid niet in staat was om te reserveren faalt. Ook in wat eiser verder heeft aangevoerd is geen grond gelegen om bijzondere omstandigheden in de hiervoor bedoelde zin aan te nemen. Dat eiser zoals hij heeft aangevoerd door de weigering van bijzondere bijstand geen nieuw begin kan maken leidt niet tot een ander oordeel.
11. Ter zitting is verder gebleken dat niet in geschil is dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand zoals neergelegd in de ‘Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht’ (RBBU).

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder terecht de aanvraag van eiser heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.