Eiser diende op 27 december 2022 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten, woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen. Verweerder wees deze aanvraag af met een primair besluit van 9 januari 2023 en handhaafde dit in het bezwaarbesluit van 22 mei 2023. De rechtbank behandelde het beroep op 20 oktober 2023.
De rechtbank oordeelde dat verhuis- en inrichtingskosten en duurzame gebruiksgoederen incidentele algemene kosten van het bestaan zijn, waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand wordt verleend tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. Eiser stelde dat hij vanwege zijn geestelijke gesteldheid niet in staat was te reserveren en dat de afwijzing hem een nieuw begin ontneemt.
De rechtbank vond echter dat eiser deze bijzondere omstandigheden onvoldoende had onderbouwd. Bovendien stond eiser onder bewind, waardoor het argument van niet kunnen reserveren faalde. Ook het betoog dat de weigering van bijstand een nieuw begin verhindert, leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag afwees en verklaarde het beroep ongegrond.