ECLI:NL:RBMNE:2023:6504
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en verlenging redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak per 1 januari 2020, vastgesteld op €314.000,-. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden, waaronder de vraag of rekening gehouden moest worden met een huurkorting vanwege leegstand door de coronacrisis en de juistheid van de gehanteerde huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank oordeelde dat de coronacrisis geen specifieke bijzondere omstandigheid voor het object vormde en dat de gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor voldoende waren onderbouwd met vergelijkbare huurtransacties. De stelling dat de keuken apart berekend werd bij het object maar niet bij referentieobjecten, leidde niet tot een te hoge huurwaarde. De beroepsgronden van eiseres werden daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast verzocht eiseres om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de procedure langer duurde dan de gebruikelijke termijn van twee jaar, maar verlengde deze termijn met twaalf maanden vanwege de beperkte beschikbaarheid en grote werklast van de gemachtigde van eiseres. Hierdoor werd de overschrijding niet aan verweerder toegerekend en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 20 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de redelijke termijn wordt verlengd, waardoor geen schadevergoeding wordt toegekend.