Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[.] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft onbetaald een LIO-stage gelopen bij verweerster, waarbij zij zelfstandig les gaf als onderdeel van haar opleiding tot geschiedenisdocent. Na haar stage trad zij in dienst met een projectaanstelling voor bepaalde tijd. Verzoekster vorderde achterstallig loon over de stageperiode, nabetaling van salaris naar minimumaanstelling van 0,5 fte, compensatie wegens niet-toepassing van de 20% lesreductie en een transitievergoeding.
De rechtbank beoordeelde of sprake was van een arbeidsovereenkomst tijdens de LIO-stage. Uit de leerwerkovereenkomst en omstandigheden blijkt dat het leeraspect centraal stond, met begeleiding door school en onderwijsinstelling, en dat de werkzaamheden vooral in het belang van de opleiding waren. Het zelfstandig lesgeven tijdens de stage werd gezien als onderdeel van de praktijkervaring. Daarom is geen sprake van arbeid en loon.
Verder oordeelde de rechtbank dat verzoekster niet onder de cao-definitie van startende leraar valt vanwege haar projectaanstelling. Hierdoor bestaat geen recht op nabetaling naar minimumaanstelling of compensatie voor lesreductie. Wel is een transitievergoeding toegekend, berekend op basis van de werkelijke arbeidsovereenkomst vanaf 1 augustus 2022. Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten en ontvangt een beperkte vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: Verzoekster krijgt geen loon over LIO-stage en geen nabetaling of compensatie, slechts een beperkte transitievergoeding van € 558,38 toegekend.