Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 maart 2022;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.De vorderingen en het verweer
4.De beoordeling
€ 132,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert Dexia Nederland B.V. dat de rechtbank verklaart dat zij met betrekking tot twee effectenleaseovereenkomsten alle verbintenissen is nagekomen en niets meer aan de gedaagde verschuldigd is. De gedaagde voert verweer en stelt onder meer dat de overeenkomsten vernietigbaar zijn wegens het ontbreken van schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, zoals bedoeld in artikel 1:88 en Pro 1:89 BW.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van huurkoop en dat de echtgenote van de gedaagde inderdaad geen schriftelijke toestemming heeft gegeven, waardoor zij bevoegd was de overeenkomsten te vernietigen. Dexia heeft dit niet betwist. De rechtbank stelt vast dat Dexia op grond hiervan nog bedragen aan de gedaagde moet betalen, verminderd met reeds ontvangen bedragen. Tevens wordt wettelijke rente toegekend vanaf 16 februari 2003.
Na betaling van het berekende saldo zijn partijen van hun verplichtingen ontslagen. De overige verweren van de gedaagde behoeven geen inhoudelijke bespreking. Omdat de gedaagde inhoudelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt Dexia veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dexia moet na betaling van het berekende saldo aan haar verplichtingen voldoen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.