Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en de beoordeling daarvan
Dringende reden
132,00
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 6 juni 2023 in dienst bij de werkgever als Medical Sales Manager met een tijdelijk contract tot 31 december 2023. In juni ontving de werknemer een verzoek van een oude zakenrelatie uit Rusland om onderdelen te leveren, welke hij via zijn zakelijke e-mailadressen heeft opgevolgd zonder de werkgever daarvan op de hoogte te stellen.
De werkgever ontdekte de e-mails in augustus 2023 en confronteerde de werknemer, waarna deze op staande voet werd ontslagen wegens het buiten medeweten van de werkgever ontplooien van eigen activiteiten die schadelijk konden zijn en waarbij de naam van de werkgever werd misbruikt. De werknemer betwistte het ontslag, stelde dat hij handelde binnen zijn functie en maakte aanspraak op diverse vergoedingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld en rechtsgeldig was gegeven. De werknemer had ernstig verwijtbaar gehandeld door zonder overleg en in strijd met de arbeidsovereenkomst eigen handelsactiviteiten te ontplooien, waarbij de naam van de werkgever werd misbruikt. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer stonden het ontslag niet in de weg.
Daarnaast werd het beroep op een privacy-schending door inzage in de zakelijke mailbox afgewezen. De werkgever had legitieme gronden, de inzage was beperkt tot één keer en de werknemer was op de hoogte dat de mailbox kon worden ingezien. De gevorderde schadevergoeding werd daarom niet toegekend.
De kantonrechter wees het verzoek van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven en het verzoek tot vergoedingen wordt afgewezen.