ECLI:NL:RBMNE:2023:6979

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
22/5591
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7.3.10 JeugdwetArt. 7.3.17 JeugdwetArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen overdracht dossier door Veilig Thuis

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Veilig Thuis Utrecht om slechts een gedeeltelijk dossier van zijn dochter te verstrekken. Veilig Thuis had delen van het dossier weggelakt, wat tot onvrede bij eiser leidde.

Veilig Thuis voerde aan dat zij geen bestuursorgaan is en dat de bestuursrechter daarom niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep. De rechtbank volgde dit standpunt en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat Veilig Thuis onderdeel is van een privaatrechtelijke stichting en geen bestuursorgaan vormt.

De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechter daarom onbevoegd is en verklaarde zich onbevoegd. Het verzoek van eiser behoort bij de burgerlijke rechter thuis, waarna de rechtbank het verzoek zal doorsturen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en stuurt het verzoek door naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5591

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Veilig Thuis Utrecht,

(gemachtigde: mr. M.J. Verheij)

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van Veilig Thuis van 15 september 2022.
1.1.
Omdat de bestuursrechter kennelijk niet bevoegd is om op dit geschil te beslissen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft Veilig Thuis verzocht om een afschrift van het volledige dossier van zijn dochter. Dit verzoek is een verzoek in de zin van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet. Veilig Thuis heeft het verzoek gedeeltelijk ingewilligd: er is een dossier overhandigd maar daarin zijn delen weggelakt. Eiser is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld.
3. Veilig Thuis heeft in een reactie op het beroepschrift aangevoerd dat Veilig Thuis Utrecht geen bestuursorgaan is en dat de bestuursrechter daarom onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Veilig Thuis heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:3272) en het arrest van 19 oktober 2021 van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:2343).
4. De rechtbank volgt Veilig Thuis in haar standpunt. In de provincie Utrecht maakt Veilig Thuis Utrecht onderdeel uit van stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Dit is een privaatrechtelijke rechtspersoon en kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan. Uit artikel 7.3.17 van de Jeugdwet volgt bovendien dat een beslissing van een jeugdhulpverlener, zoals Veilig Thuis, over verstrekking van het dossier niet genomen wordt door de jeugdhulpverlener in de hoedanigheid van bestuursorgaan.
5. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
6. Het verzoek van eiser hoort niet thuis bij de bestuursrechter maar bij de burgerlijke rechter. [1] De rechtbank zal het verzoek doorsturen naar de burgerlijke rechter.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 21 maart 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2018:983.