ECLI:NL:RBMNE:2023:744
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugwerkende kracht bijstandsuitkering na detentie en verblijf in buitenland
Eiser was van 2012 tot 2018 gedetineerd in Duitsland en Turkije en woonde daarna bij familie in Turkije. Hij keerde op 18 mei 2021 terug naar Nederland en vroeg een verblijfsvergunning aan, die op 15 juli 2021 werd toegekend. Eiser vroeg op 9 augustus 2021 een bijstandsuitkering aan met terugwerkende kracht per 18 mei 2021, maar deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het niet tijdig aanleveren van gevraagde documenten.
Op 14 oktober 2021 diende eiser een nieuwe aanvraag in, wederom met verzoek tot terugwerkende kracht. Verweerder kende de uitkering toe met ingang van deze datum. Eiser maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals trauma en het ontbreken van een verblijfsvergunning bij aankomst, een terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdregel geldt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De detentie en verblijf in het buitenland zijn op zichzelf geen bijzondere omstandigheden. Eiser heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd voor zijn gezondheidsproblemen en had eerder een aanvraag kunnen doen na het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Ook heeft hij niet tijdig de gevraagde stukken aangeleverd of bezwaar gemaakt tegen de buitenbehandelingstelling. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de ingangsdatum van 14 oktober 2021 gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt toegekend vanaf 14 oktober 2021 zonder terugwerkende kracht.