ECLI:NL:CRVB:2025:1127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant keerde op 18 mei 2021 terug in Nederland na een detentie in het buitenland en vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf die datum. Het college stelde de eerste aanvraag buiten behandeling omdat niet alle gevraagde gegevens waren overgelegd en kende bijstand toe vanaf de datum van de tweede aanvraag, 14 oktober 2021.
De rechtbank wees het beroep van appellant af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant voerde aan dat zijn eerste aanvraag ten onrechte buiten behandeling was gesteld, dat hij vanwege verblijfsrechtelijke problemen niet eerder een succesvolle aanvraag kon doen, en dat medische omstandigheden hem belemmerden.
De Raad oordeelt dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het buiten behandeling stellen van de eerste aanvraag, dat hij zijn rechtmatig verblijf kon aantonen ondanks het ontbreken van het verblijfsdocument, en dat hij geen medische bewijsstukken overlegd heeft. Daarom zijn er geen bijzondere omstandigheden die een terugwerkende kracht rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de bijstand wordt toegekend vanaf 14 oktober 2021.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 14 oktober 2021 zonder terugwerkende kracht.