Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als tandartsassistente, ontving een WIA-uitkering vanaf oktober 2018 en een WGA-vervolguitkering vanaf september 2020. Het UWV stelde na anonieme meldingen een onderzoek in naar vermeende inkomsten uit werk naast de uitkering. Op basis van waarnemingen, gesprekken en een rapport stelde het UWV vast dat eiseres op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte bij een tandartspraktijk en legde een terugvordering en boete op.
Eiseres voerde aan dat haar werkzaamheden een stage waren zonder salaris en dat het UWV hiervan op de hoogte was. De rechtbank oordeelde dat de aard en omvang van de werkzaamheden verder gingen dan een vriendendienst en dat het feit dat geen loon werd ontvangen niet uitsluit dat sprake was van op geld waardeerbare activiteiten.
Echter, het UWV slaagde er niet in aannemelijk te maken dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden, omdat onvoldoende bewijs was dat zij de activiteiten niet had gemeld. Het werkplan en communicatie met een arbeidsdeskundige wezen op kennis bij het UWV. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de primaire besluiten herroepen.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €2.998,- aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel op 23 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV-besluit tot herziening en terugvordering van de WIA-uitkering wordt vernietigd.