Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 1 september 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 18 oktober 2023. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijnen alsnog een vooraankondiging en besluit te nemen.
De rechtbank neemt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen over, waarbij verweerder uiterlijk 17 april 2024 een vooraankondiging moet doen en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijnen wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 218,75, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 51,-. De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel en griffier E.J.H.C. Hui op 29 februari 2024.