Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 11 november 2022. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 13 november 2023 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is tijdig ingediend op 5 januari 2024.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen een besluit moet nemen. Dit houdt in dat uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een schriftelijke vooraankondiging moet worden gedaan, gevolgd door een besluit binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100,- per dag bij overschrijding van de termijnen, met een maximum van €15.000,-. De reeds toegekende dwangsom van €1.442,- blijft van kracht. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Schimmel op 1 maart 2024.