De werknemer is sinds 1 juli 2022 in dienst bij de stichting in een functie met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, verlengd tot 1 juli 2024. Na een gesprek op 8 november 2023 melde zij zich ziek en vertoonde zij vervolgens beledigend gedrag via e-mails richting leidinggevenden. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
De werknemer verweerde zich met het opzegverbod tijdens ziekte, aangezien zij zich ziek had gemeld vanwege ernstige stressklachten en psychische problemen. De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod geldt zolang de werknemer arbeidsongeschikt is, wat hier het geval was. Tevens kon niet worden uitgesloten dat het verwijtbare gedrag verband hield met de ziekte, mede gelet op een probleemanalyse van de Arboarts.
De kantonrechter concludeerde dat de feiten waarop het ontbindingsverzoek is gebaseerd niet los kunnen worden gezien van de ziekte van de werknemer, zodat het opzegverbod niet doorbroken kon worden. Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.