ECLI:NL:RVS:2025:1030
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Matiging boete voor off-label voorschrijven hydroxychloroquine en ivermectine tijdens COVID-19-pandemie
Appellant, een arts, schreef in de periode van 26 november tot en met 8 december 2021 27 keer de geneesmiddelen hydroxychloroquine en ivermectine off-label voor ter behandeling van COVID-19. De minister legde hem hiervoor een boete van €3.000,- op, welke door de rechtbank werd vernietigd wegens schending van het lex certa-beginsel. De Raad van State oordeelt anders en stelt vast dat artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet voldoende duidelijk is over de voorwaarden waaronder off-label voorschrijven is toegestaan.
De Raad stelt vast dat er op het moment van de overtredingen geen permissieve protocollen of standaarden bestonden die het off-label voorschrijven van deze middelen toestonden; integendeel, Nederlandse beroepsgroepen raadden dit af. Ook het beroep op buitenlandse protocollen faalt omdat de Nederlandse beroepsgroep leidend is. De minister was daarom bevoegd de boete op te leggen.
De Raad verwerpt het betoog van vooringenomenheid tegen de minister en de Inspectie. Wel acht de Raad de boete van €3.000,- niet evenredig gezien de uitzonderlijke omstandigheden van de pandemie, de ernst van de situatie en de intentie van appellant om zijn patiënten te helpen. Daarom wordt de boete gematigd tot €1.500,-. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het boetebedrag op nihil stelde.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet wordt gematigd tot €1.500,-