Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 20 februari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank constateert dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Omdat verweerder deze termijn mogelijk zal overschrijden, legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.
Verweerder had aangevoerd dat de dwangsom verdeeld moest worden over twee samenhangende procedures, maar de rechtbank oordeelt dat het hier om verschillende besluiten gaat, zodat per besluit een dwangsom verschuldigd is. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 218,75.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier M.E.C. Bakker op 14 maart 2024 te Utrecht.