ECLI:NL:RBMNE:2024:2062
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen definitieve vaststelling en terugvordering NOW 1 tegemoetkoming
Eiseres, eigenaar van een kapsalon, maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de NOW 1 tegemoetkoming en de terugvordering van een deel van het voorschot. De minister had de definitieve tegemoetkoming vastgesteld op € 13.081,- terwijl het voorschot € 22.134,- bedroeg, waardoor een terugvordering van € 9.053,- volgde.
De rechtbank beoordeelde of de omzetdaling correct was vastgesteld volgens artikel 6 van Pro de NOW 1, waarbij de omzet in de meetperiode werd vergeleken met een kwart van de omzet in 2019. Eiseres stelde dat vanwege seizoensinvloeden een vergelijking met dezelfde maanden in 2019 had moeten plaatsvinden, maar de rechtbank oordeelde dat de regeling dit niet toestaat en dat het verschil in omzetdaling marginaal was.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister een discretionaire bevoegdheid heeft om het voorschot terug te vorderen en dat het ontbreken van een belangenafweging in het bestreden besluit een motiveringsgebrek vormt. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de minister alsnog een uitleg gaf en de terugvordering proportioneel is gezien het belang van zorgvuldige besteding van publieke middelen.
De rechtbank concludeerde dat de minister de definitieve tegemoetkoming terecht heeft vastgesteld en het voorschot mocht terugvorderen. Eiseres kreeg het betaalde griffierecht en proceskosten vergoed vanwege het motiveringsgebrek, maar het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister mag het te veel betaalde voorschot van € 9.053,- terugvorderen.