ECLI:NL:RBMNE:2024:2476
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering tot betaling premiefacturen wegens onvoldoende onderbouwing
De Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS) en Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (Stichting Bpf) vorderden betaling van premiefacturen van de gedaagde besloten vennootschap. Na een tussenvonnis en nadere onderbouwing van de vordering, erkende gedaagde een bedrag van €8.325,62 en werd een aanvullende factuur van €133,61 toegewezen.
De overige facturen werden betwist door gedaagde en onvoldoende onderbouwd door de stichtingen. De stichtingen brachten pas laat in de procedure aan dat creditfacturen met andere facturen waren verrekend, maar konden dit niet tijdig onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat dit in strijd was met de goede procesorde en wees deze vorderingen af.
Daarnaast werd wettelijke handelsrente toegekend over de vordering van Stichting Bpf en wettelijke rente over die van RAS, conform de toepasselijke reglementen. Buitengerechtelijke incassokosten werden gedeeltelijk toegewezen en proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.459,23 met rente en €965,53 aan incassokosten, overige vorderingen worden afgewezen.