De Stichting Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche en Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf vorderen betaling van openstaande premiefacturen van een besloten vennootschap (bv). De vordering betreft sociale premies en pensioenpremies die volgens de stichtingen verschuldigd zijn op grond van de toepasselijke cao en het bedrijfstakpensioenfonds.
De bv erkent deels de verschuldigdheid van enkele facturen, maar betwist andere facturen en stelt dat sinds 4 maart 2019 geen werknemers meer in dienst zijn vanwege beëindiging van arbeidsovereenkomsten na een faillissement, dat later is vernietigd. De stichtingen stellen dat er ondanks deze stelling nog loonbetalingen zijn gedaan aan werknemers en dat de bv daarom premies verschuldigd blijft.
De kantonrechter constateert dat er overlappingen en onduidelijkheden zijn in de facturering en dat de stichtingen hun vorderingen nader moeten onderbouwen, met name ten aanzien van de werknemers die na de vermeende beëindiging van dienstverbanden nog in dienst zouden zijn geweest. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor nadere schriftelijke uitlatingen van partijen, waarbij ook de bv gelegenheid krijgt te reageren. Verdere beslissing wordt aangehouden.