Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 28 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, hetgeen niet in geschil is. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde beslistermijnen voor dit soort zaken, waarbij minimaal zes weken na verzending van de uitspraak geldt als termijn voor het nemen van het besluit. Omdat verweerder het verweerschrift op 29 februari 2024 heeft ingediend en inmiddels meer dan zes weken zijn verstreken, wordt de termijn gesteld op uiterlijk zes weken na deze uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €218,75 en het betaalde griffierecht van €51 wordt aan haar vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.