Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 13 februari 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld na een ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde beslistermijnen en bepaalt dat de Belastingdienst uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn is een dwangsom van € 100,- per dag van toepassing, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank wijst een vergoeding van € 218,75 toe voor de bijstand door een gemachtigde en vergoedt het griffierecht van € 50,-.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink en uitgesproken op 1 mei 2024, zonder dat partijen zijn uitgenodigd voor een zitting.