ECLI:NL:RBMNE:2024:4105
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens te late klacht over eenzijdige wijziging pensioenovereenkomst
De werknemer trad in 2002 in dienst en de arbeidsovereenkomst werd per 1 januari 2024 beëindigd. De werkgever wijzigde eenzijdig de pensioenovereenkomst per 1 januari 2016 van een uitkeringsovereenkomst naar een premieovereenkomst, waarbij de werknemer pas in 2023 hierover klaagde. De werkgever stelde dat de klachtplicht was geschonden en dat de vordering daarom moest worden afgewezen.
De kantonrechter oordeelde dat de klachtplicht van toepassing is omdat sprake was van gebrekkig presteren en niet van niet-presteren. De werknemer had ruim zeven jaar de tijd gehad om te klagen, aangezien hij in 2016 op de hoogte was of had kunnen zijn van de wijziging en de kenmerken van de premieovereenkomst. Zijn argument dat hij door een ongeval niet eerder kon klagen, werd onvoldoende onderbouwd en niet aanvaard.
De rechtbank concludeerde dat de werknemer niet binnen bekwame tijd had geklaagd en dat de werkgever daardoor in haar positie was benadeeld. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens te late klacht over de pensioenwijziging.