ECLI:NL:RBMNE:2024:4790
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en rechtsgeldig ontslag op staande voet van BBL-leerling autoschadehersteller
In deze zaak stond centraal of de overeenkomst tussen een BBL-leerling autoschadehersteller en het autoschadeherstelbedrijf een stageovereenkomst of een arbeidsovereenkomst betrof. De kantonrechter concludeerde dat ondanks het opschrift 'Stageovereenkomst', de feitelijke uitvoering en afspraken wezen op een arbeidsovereenkomst, mede gelet op het zelfstandig verrichten van werkzaamheden en loonbetaling.
Vervolgens werd beoordeeld of het ontslag op staande voet rechtsgeldig was gegeven. De werkgever had de werknemer op 10 april 2024 mondeling en onverwijld medegedeeld dat het ontslag volgde op diefstal van consumpties tijdens de lunchpauze bij Shell op hetzelfde bedrijfsterrein. Camerabeelden toonden aan dat de werknemer bewust een blikje frisdrank in zijn zak stak zonder af te rekenen, hetgeen de kantonrechter als diefstal kwalificeerde.
De kantonrechter verwierp het verweer van de werknemer dat het ontslag onterecht was en wees alle vergoedingsvorderingen af, waaronder de billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven en alle vergoedingsverzoeken worden afgewezen.