ECLI:NL:RBMNE:2024:5243
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig facilitair medewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens gezondheidsklachten. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheid vast op 27,83%, wat onvoldoende is voor een uitkering. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in, stellende dat zijn beperkingen ernstiger zijn en dat een urenbeperking per dag moest worden aangenomen.
De rechtbank onderzocht de medische rapporten en het arbeidskundig onderzoek. De verzekeringsartsen hadden de beperkingen zorgvuldig vastgesteld, inclusief mentale en fysieke aspecten, en motiveerden waarom geen lichamelijk onderzoek nodig was. De rechtbank vond de medische beoordeling consistent en voldoende onderbouwd, ook al erkende zij een motiveringsgebrek omtrent de invloed van medicijngebruik op autorijden.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geduide functies passen bij de belastbaarheid van eiser, die meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. Daarom is geen recht op WIA-uitkering. De rechtbank verwerpt het beroep, wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens het motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het UWV moet griffierecht en proceskosten vergoeden.