Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verweerschrift van [partij II] met 6 producties;
- een drietal door [partij I] nagezonden producties;
- een drietal door [partij I] nagezonden producties;
- een door [partij II] nagezonden productie.
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter Midden-Nederland heeft op 11 september 2024 uitspraak gedaan in een arbeidsrechtelijke zaak tussen een financieel en operationeel manager en haar werkgever, een besloten vennootschap. De werkgever had de werknemer op 15 mei 2024 op staande voet ontslagen wegens vermeende fraude met bedrijfsartikelen. De werknemer betwistte dit en verzocht om vernietiging van het ontslag, wedertewerkstelling en betaling van loon en vergoedingen.
Uit het onderzoek bleek dat de werknemer op drie momenten artikelen had besteld en afgenomen zonder betaling, maar dat dit steeds in overleg en met toestemming van de operationeel directeur was gebeurd, die ook kortingen had verleend en boekingen had aangepast. De werkgever kon niet aantonen dat de werknemer zich de goederen onrechtmatig had toegeëigend. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet een ultimum remedium is en dat de werkgever had moeten volstaan met een minder zware sanctie zoals een waarschuwing. Het ontslag werd daarom vernietigd.
De arbeidsovereenkomst bleef bestaan en de werknemer werd wederom in haar functie toegelaten. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon met wettelijke rente en verhoging, terbeschikkingstelling van de lease-auto en overdracht van het mobiele telefoonnummer. Het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en verstoorde arbeidsverhouding werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd, de arbeidsovereenkomst blijft bestaan met wedertewerkstelling en betaling van loon en vergoedingen.