ECLI:NL:RBMNE:2024:666
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens uitzicht op ander werk bij sluiten vaststellingsovereenkomst
De kantonrechter Midden-Nederland behandelde een geschil tussen een werknemer en zijn voormalige werkgever over de naleving van een vaststellingsovereenkomst. De werknemer stelde dat hij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst geen uitzicht had op ander werk, terwijl de werkgever het tegendeel beweerde en een boete vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer onvoldoende tegenbewijs had geleverd om het voorlopige oordeel te ontzenuwen dat hij na de trade stop nog handelde en dat hij bij het tekenen van de vaststellingsovereenkomst al concrete en vergevorderde plannen had voor een nieuwe samenwerking met derden. Diverse bewijsstukken, waaronder correspondentie, facturen en WhatsApp-berichten, werden beoordeeld.
De werknemer vorderde betaling van een vergoeding, een wettelijke verhoging, misgelopen management fee en incassokosten, maar deze vorderingen werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en verrekening met de boete. De werkgever kreeg gedeeltelijk gelijk en de werknemer werd veroordeeld tot betaling van het resterende boetebedrag. De proceskosten werden deels gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werknemer moet resterende boete van €4.968,64 betalen wegens uitzicht op ander werk bij sluiten vaststellingsovereenkomst.