Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2024 in de zaak tussen
Raad van Bestuur van de Stichting U Centraal, uit Utrecht, de stichting
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
alleenvergoed moeten worden als de omstandigheden van het geval nopen tot het oordeel dat die kosten redelijkerwijs niet (geheel) voor rekening van de subsidieontvanger kunnen worden gelaten, c.q. sprake is van schade die uitstijgt boven het normale maatschappelijke risico. Daarbij wordt verwezen naar de uitspraak van rechtbank Amsterdam van 24 juli 2012. [4] En daartoe stelt de stichting ook dat niet langer ervan uitgegaan mag worden dat de beëindiging van de subsidierelatie tijdig is aangekondigd indien achteraf blijkt dat de te nemen maatregelen als gevolg van de aankondiging daadwerkelijk toto de beëindiging van de gesubsidieerde werkzaamheden hebben geleid en dat er dan dus geen frictiekosten betaald hoeven worden.
.
nietover de consequenties en de gevolgen van het besluit tot beëindiging van de subsidierelatie. Dat moest nog gebeuren zoals ook blijkt uit het besluit van 7 februari 2023, waarbij het college de subsidieaanvraag gedeeltelijk heeft verleend. Hierbij verwijst de stichting ook naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam. [8]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van € 2.998,-.