ECLI:NL:RBMNE:2025:1106
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig wegens niet-onverwijlde mededeling dringende redenen
Partijen verschillen van mening over het bestaan van een arbeidsovereenkomst vanaf begin juli 2024. De kantonrechter stelt vast dat deze arbeidsovereenkomst wel degelijk bestond, ondanks het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en het feit dat de werknemer niet over de juiste papieren beschikte om als chauffeur te werken.
Op 9 november 2024 heeft de werkgever de werknemer op staande voet ontslagen, maar dit ontslag wordt niet rechtsgeldig geacht omdat de werkgever de dringende redenen pas op 2 januari 2025 heeft medegedeeld, waardoor niet aan de vereiste onverwijlde mededeling is voldaan.
De kantonrechter verklaart het ontslag in strijd met de wet en veroordeelt de werkgever tot het betalen van een gefixeerde schadevergoeding, een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Tevens moet de werkgever een eindafrekening opstellen voor vakantiegeld en vakantiedagen.
De hoogte van de vergoedingen wordt vastgesteld op basis van het laatstverdiende salaris, waarbij de billijke vergoeding wordt beperkt tot één maandsalaris gezien de omstandigheden. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd omdat deze overwegend in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; werkgever veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen en opstellen eindafrekening.