Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
31 januari 2025;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een sluiswachter die sinds 1989 in dienst is bij de werkgever. De werkgever stelde dat de werknemer herhaaldelijk de veiligheidsmaatregel om een reddingsvest te dragen binnen 4 meter van de waterkant niet opvolgde, ondanks meerdere waarschuwingen en gesprekken.
De werkgever baseerde haar verzoek op ernstig verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair op een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair op cumulatie van gedragingen (i-grond). De werknemer erkende het niet dragen van het reddingsvest op één moment na een draaginstructie, maar stelde dat dit een uitzondering betrof.
De kantonrechter oordeelde dat de veiligheidsmaatregel een redelijke werkinstructie is, die de werkgever moet handhaven om te voldoen aan haar zorgplicht. De werknemer was op de hoogte van de verplichting en de gevolgen van niet-naleving. Hoewel sprake is van verwijtbaar handelen, werd de drempel van ernstige verwijtbaarheid niet gehaald vanwege het lange dienstverband en het feit dat na de draaginstructie slechts één overtreding plaatsvond.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 maart 2025, met toekenning van de wettelijke transitievergoeding aan de werknemer. Een billijke vergoeding wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2025 wegens verwijtbaar handelen, met toekenning van de transitievergoeding.