Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 maart 2025 in de zaak tussen
Stichting Fauna4Life, uit Amstelveen, en
het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland,
Faunabeheereenheid Flevoland, uit Lelystad
Rechtbank Midden-Nederland
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland verleende een ontheffing voor het doden van reeën in de provincie om de verkeersveiligheid te verbeteren en onnodig lijden te voorkomen. Eisers maakten bezwaar en stelden dat het college onvoldoende had onderbouwd dat de ontheffing noodzakelijk was en dat er geen andere bevredigende oplossingen waren.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat er een positieve relatie bestaat tussen de populatieomvang van reeën en het aantal aanrijdingen, onderbouwd met beheerplannen en rapporten. Ook werd geoordeeld dat het college voldoende heeft aangetoond dat alternatieve maatregelen niet effectief of uitvoerbaar zijn en dat afschot niet als laatste redmiddel hoeft te gelden.
De rechtbank verwierp het standpunt van eisers dat het strengere toetsingsregime van de Habitatrichtlijn van toepassing is op het ree en stelde vast dat het nationale beschermingsregime geldt. De ontheffing is niet in strijd met de beleidsregels, omdat deze op een ander wetsartikel is gebaseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en het gebruik van de ontheffing mag na 28 maart 2025 worden hervat. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontheffing voor het doden van reeën in Flevoland wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.