Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze procedure over?
3.De nadere toelichting bij akte
4.De nadere beoordeling door de kantonrechter
€ 135,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 april 2025 een verstekvonnis gewezen in een zaak waarin eiser, een advocaat, vordert dat gedaagde de onbetaalde facturen betaalt. De overeenkomst tussen partijen betrof rechtsbijstand met afgesproken uurtarieven en algemene voorwaarden. De kantonrechter stelde vast dat de essentiële informatieplichten uit artikel 6:230l BW zijn nageleefd en dat partijen over de prijs hebben onderhandeld, waardoor ambtshalve toetsing van de kosten niet aan de orde was.
Hoewel de hoofdsom van de openstaande facturen toewijsbaar is, wees de rechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af omdat niet is voldaan aan de wettelijke aanmaningstermijn van veertien dagen. Ook de gevorderde rente werd afgewezen omdat het bedongen percentage van 1% per maand hoger was dan de wettelijke rente en daardoor onredelijk bezwarend was volgens artikel 6:233 BW Pro.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van € 3.849,75 aan eiser en tot vergoeding van de proceskosten van € 791,38. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de onbetaalde facturen en proceskosten, incassokosten en rente worden afgewezen.