ECLI:NL:RBMNE:2025:3339
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende duurzaam arbeidsongeschiktheid
Eiser diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 2015 (Wajong 2015), welke door het UWV werd afgewezen omdat eiser volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek arbeidsvermogen bezat in de vijf jaar na zijn achttiende verjaardag.
Eiser voerde aan dat hij feitelijk nooit arbeidsvermogen had en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen. De rechtbank oordeelde dat het arbeids- en opleidingsverleden van eiser, waaronder het combineren van werk en studie gedurende twee jaar en het behalen van een mbo4-diploma, voldoende bewijs leverde dat eiser over werknemersvaardigheden beschikte en minimaal vier uur per dag belastbaar was.
De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te weerleggen. De bewijslast lag bij eiser, zeker gezien de laattijdige aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd, met als gevolg dat eiser geen Wajong-uitkering ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de Wajong-aanvraag af te wijzen wordt bevestigd.