Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
het kamergewijs verhuren en het kamergewijs gebruiken van de zelfstandige woning aan de [adres 1] te [plaats 2] te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden.” Als dat niet gebeurt, verbeurt eiseres een eenmalige dwangsom van € 7.500,-. De last voor de [adres 2] omvat hetzelfde. In het bestreden besluit is het college bij zijn besluiten gebleven. Aanvullend heeft het college het volgende gemotiveerd. Het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimtes zonder vergunning is verboden. Er is geen sprake van een uitzondering. Uit de basisregistratie personen (BRP) volgt dat bij het pand aan de [adres 1] de kamergewijze verhuur is begonnen in april 1990. Ten aanzien van het pand aan de [adres 2] heeft het college gesteld dat dit pand sinds 1984 kamergewijs is verhuurd, en dat het daarvoor door één huishouden werd bewoond. Ten aanzien van beide panden heeft het college overwogen dat er geen gedoogsituatie bestaat omdat ze niet op gedooglijsten staan. Eiseres moet daarom een omzettingsvergunning hebben voor de panden aan de [adres 1] en [nummer] te [plaats 2] .
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep deels gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het is gericht tegen de last onder dwangsom dat ziet op de [adres 2] ;
- herroept het primaire besluit van 26 januari 2021 die ziet op de last onder dwangsom voor het pand aan de [adres 2] ;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten van eiseres.