Eiseres, een stichting voor primair onderwijs, verzocht namens een (ex-)werkneemster op 27 maart 2024 om een herbeoordeling van de WIA-uitkering bij het UWV. Het UWV besloot niet binnen de wettelijke termijn van acht weken, waarop eiseres het UWV op 25 mei 2024 in gebreke stelde en op 13 juni 2024 beroep instelde wegens niet tijdig beslissen.
Het UWV gaf aan dat de vertraging werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een medisch specialistische expertise, die in juli en augustus 2024 plaatsvond. De rechtbank erkent de structurele capaciteitsproblemen bij het UWV, maar benadrukt dat deze niet onbeperkt ten koste mogen gaan van de belangen van de werkgever die om herbeoordeling vraagt.
De rechtbank stelt daarom een termijn van drie maanden na de uitspraak vast waarbinnen het UWV een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen vernietigd, en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.