Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“De arbeidsovereenkomst eindigt (a.) door opzegging door de werkgever op grond van artikel 7:669 BW Pro of door de werknemer. (…)”. Daarmee is schriftelijk vastgelegd dat door zowel werkgever als werknemer de arbeidsovereenkomst tussentijds kan worden opgezegd. Er is daarmee voldaan aan de vereisten van artikel 7:667, derde lid, BW. De uitsluitingsgrond van artikel 19, vierde lid, WW is in dit geval daarom niet van toepassing. Het Uwv heeft zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat de ex-werkneemster op grond van dit artikel pas recht op een WW-uitkering heeft vanaf het moment dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn verstreken. Deze beroepsgrond slaagt.