ECLI:NL:CRVB:2025:706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en eerste ziektedag bij ZW-uitkering werkneemster
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of appellante, werkgever, procesbelang heeft bij de beoordeling van de ZW-uitkering van haar werkneemster en of de eerste ziektedag correct is vastgesteld op 23 januari 2020.
De rechtbank had appellante geen procesbelang toegekend, maar de Centrale Raad van Beroep volgt dit niet en stelt vast dat appellante door de Wet BeZaVa en de gevolgen voor haar verzuimpolis wel degelijk procesbelang heeft. De Raad beoordeelt vervolgens inhoudelijk het bestreden besluit van het Uwv dat de eerste ziektedag op 23 januari 2020 stelt en de ZW-uitkering na 104 weken beëindigt.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert consistent dat de werkneemster vanaf die datum ongeschikt was voor haar arbeid en dit gedurende 104 weken is gebleven. De door appellante ingebrachte rapporten van haar bedrijfsarts worden door de Raad niet gevolgd. De Raad verklaart het beroep ongegrond, bevestigt het bestreden besluit en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
De Raad wijst af dat sprake is van bijzondere omstandigheden voor een hogere proceskostenvergoeding en bepaalt dat het griffierecht wordt terugbetaald aan appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.